Veiligheid

De AGL zorgt voor een betere visibiliteit voor de piloot en het grondpersoneel, waardoor het landen en opstijgen vlotter verloopt. Dit leidt tot meer veiligheid, zeker bij slechte weersomstandigheden.

Wat dat betreft bestaan er normen voor het aanvliegen van de banen (CAT I, II en III). Deze bieden een classificatie van de verlichting die nodig en afdoende is voor het landen.

CAT I (standaard) maakt het mogelijk om te dalen tot een beslissingshoogte van 200 voet, met een minimale horizontale zichtbaarheid van >= 800 m.

CAT II maakt het mogelijk om te dalen tot een beslissingshoogte van 100 voet, met een minimale horizontale zichtbaarheid van 400 m.

Wanneer de zichtbaarheid nog slechter is, is landen alleen onder strikte voorwaarden voor de grondinfrastructuur en de uitrusting aan boord van het vliegtuig toegestaan. In dat geval wordt van CAT III gesproken.

Veel vliegvelden beschikken minstens over één baan van CAT III, wat betekent dat de verlichting ervan aan erg strikte voorwaarden moet beantwoorden.